|| ||

Wetenswoordigheidjes

Wil jij ook graag automatisch op de hoogte blijven van nuttige teksttips, taalweetjes en Roestvrij Taal? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief DigiTaal!

Alaaf!

Roestvrij Taal 11 februari 2015

Misschien bent u carnavalskenner en weet u al wat deze carnavaleske uitroep betekent. Voor alle mensen die geen carnaval vieren of liever op wintersport gaan, zochten wij naar de diepere betekenis van dé carnavalskreet: Alaaf!

Alaaf komt uit Duitsland. Keulen om precies te zijn. In de boeken vinden we deze uitroep voor het eerst terug in 1635. In een petitie van Vorst Metternich aan de Keulse keurvorst. Deze hoogwaardigheidsbekleders moeten het gezellig hebben gehad, want oorspronkelijk werd de uitroep gebruikt bij het proosten. Niet gek dus, die wederopstanding tijdens de gekste dagen van het jaar. In Keulen zeggen ze tijdens carnaval: Kölle alaaf. In andere Duitse steden zeggen ze liever: helau.

Er bestaan twee lezingen over de betekenis van alaaf:

Een verbastering van het woord ‘elf’; het ‘gekkengetal’.

Een woord afkomstig uit oud-Keuls dialect: ‘all af’, wat ‘alles weg’ betekent; alles moest immers opgegeten en opgedronken worden vóór de vastentijd, wat resulteerde in carnaval.

Ook al is de herkomst niet helemaal duidelijk, u kunt de komende dagen dus met een gerust hart alaaf roepen. Maar doe het niet In Bergen op Zoom (ook wel: Krabbegat) en 's-Hertogenbosch (Oeteldonk). Daar roepen ze nooit alaaf. Wie weet waarom mag het zeggen. En in Eindhoven (Lampegat) kunt u voor de integratie beter ‘salaai’ roepen.

Lees verder »

Ongezouten over zout

Roestvrij Taal 04 februari 2015

Soms komt er ineens een taalvraag in u op. Bij het zouten van uw eitje bijvoorbeeld. Want u gebruikt geen keukenzout. Op het etiket van uw favoriete zilt prijkt: ‘Middellandse Zeezout’. En daar trekt u als fan van onze Wetenswoordigheidjes toch even uw wenkbrauwen bij op. Want vertelden we u laatst niet dat we samenstellingen altijd zo veel mogelijk aaneenschrijven? Als het is: kinderchampagnefleskoeler, moet het dan niet ook zijn: Middellandsezeezout?

Nee. Middellandse Zee is namelijk een eigennaam bestaande uit twee delen. Stel je daarmee een woord samen, dan zijn het Witte en Groene Boekje zeldzaam eensgezind: we schrijven het eerste deel los. Het tweede deel plakken we vast aan het laatste woord. Anders gezegd: de spatie tussen de twee delen van de eigennaam blijft behouden. Zo zijn ‘Tweede Kamerlid’ en ‘Tweede Kamer-lid’ allebei correct.

Er mag er een streepje tussen het tweede deel en het laatste woord. Dat zorgt voor duidelijkheid bij bijvoorbeeld: Middellandse Zee-land (Zeeland ligt toch echt aan de Noordzee), Dode Zee-rollen (geen dode rollen uit zee) en Bronzen Kruis-drager (geen Kruisdrager van brons).

Goed geregeld, toch? Of zit het u nog niet helemaal lekker met dat zout? Dat komt dan waarschijnlijk door het volgende. Op het etiket wordt u niet alleen duidelijk gemaakt dat u uw eten op smaak breng met zeezout (zout uit de zee) u  krijgt ook de informatie dat het geen zout is uit de Noordzee, maar uit de Middellandse Zee. Dus het woord ‘zee’ heeft hier betrekking op twee woorden in de samenstelling. Dan zou het toch Middellandse Zeezeezout moeten zijn? Of - dat koppelstreepje is nu wel verhelderend - Middellandse Zee-zeezout?

Misschien hadden ze het anders moeten aanpakken in de Middellandse Zeezoutmolentjesfabriek. Als ze Mediterraan zeezout erop hadden gezet, had u het zo zout nog niet gegeten. Of moet het dan weer Mediterraans zijn? 

Lees verder »

Sneeuwwoorden

Roestvrij Taal 28 januari 2015

Bij het schrijven van deze rubriek zou New York onder een witte koude deken moeten liggen. Vliegtuigen blijven aan de grond, mensen binnen, parken gesloten en openbaar vervoer stil. Nou, niet dus. Maar sneeuw die het dagelijks leven totaal lamlegt, blijft interessant. Neem nu de Inuit, Yupik of Eskimo’s. Die banjeren – voorlopig nog, CO2 doet aardig zijn werk – de hele dag door de sneeuw. En zoals New York nu even bekend staat als sneeuwoord, staan Eskimo’s bekend om het sneeuwwoord.

Dreigt een verjaardag saai te worden of wordt uw date een beetje ijzig door een gebrek aan gespreksstof? Begint u dan eens niet over het weer, maar varieer, en discussieer over de mythe dat Eskimo’s wel ‘duizend’ woorden hebben voor ‘sneeuw’. Een verhaal dat letterlijk het resultaat is van het sneeuwbaleffect.

Het begon bij linguïst en antropoloog Franz Boas, die in 1911 stelt dat Eskimo’s vier woorden kennen voor ‘sneeuw: aput (sneeuw op de grond),gana (vallende sneeuw), piqsirpoq (opwaaiende sneeuw) en qimuqsuq (sneeuwjacht), en het Engels maar één. Diverse wetenschappers borduren voort op Boas’ theorie en bij elke keer wordt het aantal woorden voor sneeuw dat Eskimo’s zouden hebben groter. In 1986 is antropologe Laura Martin het beu. Zij stelt dat het veronderstelde aantal sneeuwwoorden en gerelateerde stellingen door geen van de wetenschappers goed is onderbouwd.

Het is moeilijk vast te stellen hoeveel woorden Eskimo’s nu eigenlijk voor sneeuw hebben. Het wordt al lastig bij classificatie en de interpretatie van het begrip ‘woord’. De Eskimotaal is een taal apart. Met bijvoorbeeld veel verbasteringen, die ‘sneeuw’ aanduiden maar die niet ‘sneeuw’’  betekenen. Ook kan één Eskimowoord een complete zin representeren; de taal is polysynthetisch.

Het KNMI haalt op haar website het ‘Eskimowoordenboek’ uit 1927 aan, waarin slechts twee woorden staan voor sneeuw: ‘qanik’ en ‘aput’. Wij komen hier ruimte tekort. Maar over deze kwestie valt leuk te discussiëren. Met de taalwetenschap achter de hand voor uw argumenten. Wie nu nog zegt dat taal niet interessant is …

Lees verder »

Babynamenetymologie

Roestvrij Taal 21 januari 2015

Volgens de Sociale Verzekeringsbank waren dé namen in 2014 – tromgeroffel - Daan en Sophie! Niet echt spannend. Maar ook de meest bizarre babynamen van het afgelopen jaar zijn bekend. En die lijst is hilarisch. Een remedie voor een slechte bui én stof tot nadenken …

Want wat maakt een naam mooi of lelijk? Is het klank, betekenis, associatie? Natuurlijk, smaken verschillen. Net als culturen en talen. Maar sommige namen waren niet alleen goed voor een lach op ons gezicht. Ze vormden ook een vraagteken boven ons hoofd. Wij waagden ons aan wat verklaringen. Hieronder ónze (pennen)vrucht hierover, we noemen haar: ‘babynamenetymologie'.

Na jaren volhouden dat dit stel geen kinderen wilde, gingen zij eenmalig overstag voor hun baby boy Xseption. Jonkvrouws ouders gunnen haar later een kasteel van een huis en een man van aanzien. Sommige stellen dwepen met beroemdheden. De ouders van Tarantino, Berlusconi en Cassius-Clay bijvoorbeeld. Anderen rekenen voorgoed af met Kerstmis, zoals de pa en ma van Ebenezer. En de ouwelui van Zorro? Die houden van gerechtigheid, snorren en zwarte kleding. En dan bespeurden wij nog de categorie ouders die de namenzoektocht écht even niet meer zagen zitten. Gaat het weer een beetje, ouders van: Lord-Seven-Angel, Divinefavour, Godswil, Wesridjaysley, Rayviëngelique en Phyo-Eraycya?

Misschien wat gerechtigheid voor deze koters: er komt een moment dat je ouders je kwijt zijn in de Ikea of ze je moeten roepen voor het eten.

 

Lees verder »

Wat is het verkleinwoord van ‘diner’?

Roestvrij Taal 14 januari 2015

Het verkleinwoord van diner is dinertje. Net als in diner spreken we de ‘r’ in dinertje niet uit, maar we schrijven het wel.

Om tot het verkleinwoord van diner te komen, schrijf je direct achter dit zelfstandig naamwoord de uitgang –tje. Misschien komt dit wat vreemd op u over? Dat kan! Want tien jaar geleden was dineetje nog de enige juiste spelling.

In 2005 werd dinertje de officiële schrijfwijze in het Groene Boekje. En zo staat het sindsdien ook in de Dikke van Dale vermeld.

De regel dat we achter Franse leenwoorden ‘–tje’ toevoegen bij verkleinwoorden gold voor die tijd al voor woorden eindigend op –ier. Zo is een klein atelier een ateliertje, was Nicolas Sarkozy qua lengte een premiertje en een pup van een specifiek hondenras een bouviertje.

Vanaf 2005 geldt deze spellingsregel dus ook voor woorden die uit de Franse taal stammen en eindigen op –ir en –er. Sindsdien hebben we het dus over een dinertje, foyertje en een vakantiesouvenirtje.

Weer anders is het als we het hebben over Franse leenwoorden die eindigen op een é, zoals café. Bedoel je een kleine kroeg, dan plak je er –eetje achter: cafeetje. Ben je ook direct van het streepje af.

Lees verder »

De beste wensen voor 2015!

Roestvrij Taal 07 januari 2015

Tot wanneer mag je iemand een gelukkig nieuwjaar wensen? Daarover bestaan geen strikte regels. Meestal wordt dit tot en met 6 januari, de dag van Driekoningen, algemeen geaccepteerd. Maar je moet niet raar opkijken als je in de derde week van de eerste maand nog de beste wensen ontvangt.

Het overbrengen van goede wensen is al lange tijd een goed gebruik. Zo wensten de Germanen elkaar rond het nieuwe jaar alle goeds toe, compleet met vreugdevuren, offers en volop drank- en eetfestijnen. Wat dat betreft is er maar weinig veranderd. Al laten wij tegenwoordig de dierenoffers achterwege.

O ja … ook nog goed om te weten: gelukkig nieuwjaar schrijven we met kleine letters, terwijl Nieuwjaar en Driekoningen altijd een hoofdletter krijgen. En dat komt dan weer door de regel dat we met Driekoningen en Nieuwjaar officiële feestdagen aanduiden, terwijl we met nieuwjaar, met een kleine letter dus, het nieuwe jaar bedoelen.

Wij wensen je dus een gelukkig nieuwjaar en de beste wensen voor 2015!

Lees verder »

Dikkeoliebollenverkoper

Roestvrij Taal 31 december 2014

Bijna oud en nieuw! Hopelijk had u een mooi jaar en hebt u zin in 2015. Ja? Daar proosten we op. Pakt u even de kinderchampagnefleskoeler uit de vouwklepkeukenkast? 

U denkt nu misschien dat onze spatiebalk het niet doet. Maar in het Nederlands schrijven we samengestelde woorden zo veel mogelijk aan elkaar. Ook al leidt dat soms tot een bizar lang woord. Alleen wanneer er sprake is van klinkerbotsing, of wanneer er verwarring kan ontstaan, gebruiken we een koppelteken. Veel Nederlanders zijn bang voor het lezen of uitspreken van ellenlange woorden. Dit wordt gekscherend − schrik niet − hippopotomonstrosesquippedaliofobie genoemd. Wie hieraan toegeeft, kan bij het schrijven van woorden voorbijgaan aan een betekenisverschil. 

Kocht u bijvoorbeeld de appelbeignets bij de dikkeoliebollenverkoper of bij de dikke oliebollenverkoper? De eerste verkoopt alleen maar dikke oliebollen. De laatste niet per se, maar hij heeft waarschijnlijk wel veel van zijn product gesnoept. En u koopt uw vuurpijlen liever niet bij de gillende keukenmeidenverkoopster. Omdat een keukenmeid op zich geen vuurwerk is én om uw oren te sparen. Want de gillendekeukenmeidenverkoopster schreeuwt niet zo.

Lees verder »

Kerstkind met een kleine ‘K’

Roestvrij Taal 24 december 2014

Vrouwen die hoogzwanger zijn rond de feestdagen hopen nog wel eens op een kerstkind. In gesproken taal snapt iedereen wat je bedoelt. Niets aan de hand. Schrijf je het op, of tik je het in, dan kun je nog wel eens een kapitale fout maken. Hoe zou jij het schrijven: kerstkind of Kerstkind?

Zelfs de liefhebbers van ons Wetenswoordigheidje is misschien ontgaan dat bijna alle woorden die zijn afgeleid van Kerstmis, met een kleine ‘k‘ worden geschreven. Alleen de officiële namen van feestdagen en andere bijzondere dagen schrijf je volgens de officiële spelling met een hoofdletter, zoals: Kerstmis en Valentijnsdag. Informele benamingen én samenstellingen met de officiële benaming schrijf je met een kleine letter. Bijvoorbeeld: kerst, valentijn, kerstkaart en valentijnskaart.

Weet je dit niet, dan zou je zomaar eens naar een vriend of vriendin kunnen ‘appen’ dat je een Kerstkind verwacht. En dat kan leiden tot de nodige verwarring. Want er is maar één Kerstkind met een grote ‘K’ en dat is Jezus Christus. En die zag het levenslicht al (bijna) 2015 jaar geleden, naar het schijnt. Correct is: ‘kerstkind’ of ‘kerstekind’.

Maar, aanstaande moeders: dit zijn ‘slechts’ de taalregels. Waarschijnlijk is jouw wolk van een baby voor jou altijd met een hoofdletter geschreven.

Lees verder »

Haalt Chabot het 'przewalskipaard' van stal?

Roestvrij Taal 17 december 2014

Bart Chabot schreef dit jaar de jubileumeditie van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, en heeft als enige vaste deelnemer aan alle vierentwintig voorgaande edities meegedaan.

Elk jaar staat Het Groot Dictee vol met woorden waarvan veel mensen nog nooit hebben gehoord. Laat staan dat ze weten hoe je die beruchte woorden schrijft. Bart Chabot heeft beloofd dat zijn tekst voor iedereen te begrijpen is.

Woensdagavond start op NPO 1 de jubileumeditie van Het Groot Dictee om 21.25 uur. Dan weten we of Chabot zich aan zijn belofte heeft gehouden en geen ‘bêtises’, ‘polysyndetons’ en ‘przewalskipaardenmiddelen’ aan ons voorlegt.

Maar oké, ook woorden die we wel regelmatig gebruiken zijn soms nog lastig genoeg. Want is het nou ‘schrijfgerei’ of ‘schrijfgerij’, ‘etui’s’ of ‘etuis’ en ‘penceel’ of toch ‘penseel’? 

Lees verder »

Snerwtensoep in de winter

Roestvrij Taal 10 december 2014

De snert mag weer op tafel. Als dat al niet eerder mocht. Want daar doen we in Nederland niet flauw over.

Gelet op ons gebruik van het woord, vinden we snert eigenlijk niet zo veel soeps. Je snapt meteen dat ‘snertweer’ nat en koud is, ook zonder te weten dat snert een winters gerecht betreft. Hoe komt het dat een soep die bijna niemand kan weerstaan zo’n onappetijtelijke koosnaam heeft?

Laat de Friezen bovenstaande maar niet horen. Want zij zijn de uitvinders. Niet zozeer van het recept voor de dikke soep ­ − spliterwten, spek, knolselderij, wortel, laurier, ui tot gort gekookt, mét worst − maar van het woord snert of snirt:

“snert* [erwtensoep] {1768} fries snert, oostfries snirt; etymologie onzeker, vermoedelijk verwant met snars.”

Het woord bestaat al ruim 250 jaar. Maar zelfs volgens Van Dale is de herkomst onduidelijk, vermoedelijk komt snert van ‘snars’. Wat dát betekent, is moeilijk te achterhalen. Betekent snert eigenlijk wel hetzelfde als erwtensoep? Volgens kookblogs die zich verdiepen in oude kookboeken is snert een dunne variant, met minder ingrediënten. Snert zou dan snert-erwtensoep zijn.

Wat de herkomst ook is, we genieten elk jaar weer van snert. Bij de koek-en-zopie bijvoorbeeld, of in het horecapaviljoen tijdens Uden on ice. Mocht je nu denken dat ‘zopie’ staat voor soep. Nee hoor. Dit is een alcoholisch brouwsel van bockbier, rum, eieren, kaneel en kruidnagel. Lekker. Maar wel verwarrend zo, die winter.

Lees verder »

zichtbaar: 41 t/m 50 van de 73