|| ||

Wetenswoordigheidjes

Wil jij ook graag automatisch op de hoogte blijven van nuttige teksttips, taalweetjes en Roestvrij Taal? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief DigiTaal!

Tricky tongtwisters

Roestvrij Taal 22 april 2015

Meteorologisch is het moeilijkst uitspreekbare Nederlandse woord. Dat is het resultaat van een onderzoek van het Genootschap Onze Taal.

Met 35% van de stemmen blijft meteorologisch defibrilleren net voor. Het brons is voor bavarois. Dat lastig uit te spreken woorden niet per se lang hoeven te zijn bewijst uil. Het beestje grijpt net naast het podium. 

Tongtwister top tien

  1. meteorologisch
  2. defibrilleren
  3. bavarois 
  4. uil 
  5. aluminium 
  6. munitie 
  7. cholesterol
  8. identiteit
  9. nieuws 
  10. industrieel

Lees verder »

Hun, hen ... of hullie?

Roestvrij Taal 17 april 2015

“Ja maar, hun hebben er ook een!” Wie heeft het als kind niet gezegd, nog onbevangen en niet gehinderd door de regels van de grammatica. Had je taalpuristen als ouders dan werd je meteen verbeterd. Want ‘hun’ mag je natuurlijk niet gebruiken als onderwerp, foei! 

Waarschijnlijk interesseerde je dat niet als vierjarige. Als de boodschap maar duidelijk was; hun hadden een ijsje, en jij wilde het ook! Inmiddels ben je wat ijsjes verder én wijzer geworden. Je zegt nu keurig “Zij hebben er ook een”, als je doelt op de enorme HD-televisie van de buren.

Toch kun je ook tegenwoordig nog worstelen met het gebruik ‘hun’ en ‘hen’. Het moet toch altijd ‘hen’ zijn? Denken mensen vaak. Nee dus. En waarom zijn er eigenlijk twee woorden?

Het kunstmatig onderscheid tussen ‘hen’ en ‘hun’ hebben wij te danken aan de zeventiende-eeuwse wetenschapper Christiaen van Heule. Hij ontwikkelde een Latijns model voor de Nederlandse grammatica en gaf het persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud vier naamvallen, respectievelijk: ‘zij’, ‘hun’, ‘hun’ en ‘hen’. Welke je gebruikt hangt af van de grammaticale functie.

Hen gebruik je:

  • Als lijdend voorwerp: Waar Ria en Jan zijn? Ik heb hen net voorbij zien fietsen.
  • Ezelsbruggetje: maak de zin lijdend door ‘worden’ toe te voegen, dan wordt ‘hen’ het onderwerp.
  • Als oorzakelijk voorwerp: Ik hoop niet dat ze op de koffie komen. Ik ben hen een beetje beu.
  • Altijd na een voorzetsel, zoals: aan, voor, naast etc. (ongeacht de functie van het zinsdeel): Ik schenk voor hen liever geen bakkie in.

Hun gebruik je:

  • Als meewerkend, belanghebbend of ondervindend voorwerp: Vroeger schonk ik hun graag een wijntje in. 
  • Ezelsbruggetje: denk er een  voorzetsel bij: aan, voor, bij, volgens, of een voorzetselgroep, bijvoorbeeld: met betrekking tot.

Lees verder »

Bedrijven staan hun mannetje

Roestvrij Taal 09 april 2015

“Het CBS meldt dat in 2014 door 60% van de Nederlanders verkeerd naar haar afkorting werd verwezen.” Een fictieve krantenzin, maar het zou zo maar eens een keer gezegd kunnen worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Want zag u het meteen? Dat het niet ‘haar’ maar ‘zijn’ moet zijn? Het CBS is een jongetje. Tenminste, als we ernaar verwijzen met een bezittelijk voornaamwoord.

Zijn of haar?
Goed verwijzen naar bedrijfs- en organisatienamen gaat vaak mis. Welk bezittelijk voornaamwoord kies je? Roestvrij Taal dook in haar (of zijn?) archieven en zocht voor u op hoe u van een bedrijvig meisje geen jongetje maakt, en vice versa. 

U gebruikt ‘zijn’ als bezittelijk voornaamwoord voor bedrijven. Bedrijfs- en organisatienamen functioneren namelijk als het-woorden en daarnaar wordt in de regel verwezen met ‘zijn’.

Afkortingen
Bij sommige afkortingen kan het lastig zijn om het juiste verwijswoord te kiezen. We zeggen ‘de’ KNVB bijvoorbeeld. Dan hangt het verwijswoord af van het geslacht van het hoofdwoord. In het geval van de KNVB is dat ‘bond’ en dat is een mannelijk woord. Dus we zeggen, de KNVB en zijn bestuursleden. Een ‘vrouwelijk’ voorbeeld is de Sdu. Die organisatie heeft haar website vernieuwd. De 'u' staat hier namelijk voor uitgeverij, en dat is een vrouwelijk woord. 

Lees verder »

Vrolijk of vrolijke Pasen?

Roestvrij Taal 01 april 2015

Al weken smullen we voorbarig van chocolade-eitjes met praline-, sinaasappel- en advocaatvulling. Decoratiekuikentjes sieren onze toetsenborden en paastakken onze keukentafel. Goed nieuws: de paashaas staat inmiddels ook te trappelen. Nog heel even en we zitten weer aan brunch, lunch en paasbrood. Na fanatiek eieren zoeken natuurlijk.

Pakt u flink uit tijdens de viering van de vermeende wederopstanding van Jezus Christus? Of viert u Pasen bescheiden?  Wat u ook doet, u wenst altijd uw omgeving een vrolijk Pasen. Of zegt u vrolijke Pasen? Wij zochten uit hoe u dit op uw paasbest doet.

Na even duiken in de feestelijke groeten blijkt het allebei correct. U mag zeggen ‘Ik wens je een vrolijk Pasen’ maar er is ook niets mis met een welgemeend:  ‘Ik wens je een vrolijke Pasen.’ U zult wel denken: waar hebben we dan toch in godsnaam die taalregels voor? Als bij taaldilemma’s steeds allebei de opties goed zijn?

Misschien vrolijkt het u op als we u vertellen dat de Nederlander een duidelijke voorkeur heeft voor ‘vrolijk Pasen’. Iemand op de vingers tikken die ‘vrolijke’ zegt, is echter niet terecht. Want Pasen is een de-woord. En in principe verbuigen we een bijvoeglijk naamwoord voor een de-woord, denk maar aan: een gelukkige jeugd, een mooie verjaardag, een witte kerst. Houden we die regel aan, dan zeggen we dus ook een vrolijke Pasen - met een buigings-e. Maar daar hebben we die levende taal van ons weer we roepen al heel lang ‘vrolijk Pasen’ tegen elkaar, met een vaste woordcombinatie. En bij dit soort vaste verbindingen blijft het bijvoeglijk naamwoord wel vaker onverbogen.

Lees verder »

Ranja is terug! Of nooit weggeweest?

Roestvrij Taal 26 maart 2015

Veel nostalgisch aangelegde limonadeliefhebbers sprongen deze week een gat in de lucht en grepen direct naar hun rietjes. Want de enige echte Ranja (die van Sophietje) is terug in het supermarktschap. Misschien hebt u de zoete drank niet eens gemist, maar het was er heel lang niet meer. Wat u met water aanlengde op (kinder)feestjes was limonadesiroop: Karvan Cevitam, Raak, Roosvicee of Slimpie, maar geen Ranja met een hoofdletter.

Maggi, pampers en jif
We doen niet flauw en snappen natuurlijk de verwarring. Want u kon het niet horen; dat Ranja langzaam ‘ranja’ werd. Net zoals Fanta: ‘fanta’. Zonder dat we het in de gaten hebben gebruiken we (grote) merknamen op enig moment als soortnaam, met een kleine letter. Dit is vergelijkbaar met het eponiem waar we eerder over schreven. Geen patent is veilig voor ons taalbrein. We gaan massaal aan de haal, met de naam waarmee de bedenker dacht een uniek product in de markt te zetten. Denk maar aan: maggi, pampers en jif.

Even googelen
Roestvrij Taal googelde even naar dit fenomeen (met Google overigens). En wat wij tegenkwamen was een eindeloze lijst van woorden die het bekrachtigen. Van ‘luxaflex’ tot ‘walkman’ en van ‘aspirine’ tot aan – jawel – ‘heroïne’.

Merkverwatering of antonomasie
Wanneer een merknaam een soortnaam wordt, hebben we te maken met wat in de marketing ‘merkverwatering’ wordt genoemd. In het Engels heet het verschijnsel genericide, ‘soortmoord’ dus eigenlijk. In het Nederlands wordt het gezien als een vorm van antonomasie maar er is geen officiële term voor. En dat terwijl het een verrijking is! Voor ons taalliefhebbers dan. Wij krijgen er immers woorden bij. 

Kort maar krachtig
Voor veel woorden bestaat vaak geen goed/bruikbaar alternatief. U klaagt op een festival bijvoorbeeld niet over de ‘mobiele toiletcabine’ maar gebruikt liever het kortere ‘dixi’ wanneer u héél nodig moet. En uw neefje is gek op lego, ook al is het niet per se de Deense variant. Want welke vijfjarige zegt er nu: “plastic bouwstenen die zo zijn geprofileerd dat ze aan elkaar gepast kunnen worden” (Van Dale). 

Lees verder »

Wanneer is het tijd voor lentekriebels?

Roestvrij Taal 18 maart 2015

Bij ons start de lente dit jaar op vrijdag 20 maart, exact om 23.45 uur, als de zon precies boven de evenaar staat. We hebben het dan wel over de astronomische lente. Want de meteorologische lente begint om praktische en klimatologische redenen elk jaar op 1 maart.

De lente begint elk jaar als de dag ongeveer even lang duurt als de nacht. Deze astronomische lente viel vroeger vaak op 21 maart, maar inmiddels is dat moment al een dag eerder. Sterker nog: alle komende jaren tot en met 2101 begint de astronomische lente op 20 en niet op 21 maart.

Na de eerste lentedag worden de dagen langer. Dat verklaart ook direct de naam van dit jaargetijde. Want die naam komt voort uit het Germaanse woord voor ‘lengen’.

Overigens is er dit jaar nog een ander bijzonder meteorologisch fenomeen aan de hemel te bewonderen. Want als het vrijdag 20 maart ’s ochtends niet al te bewolkt is, zien we in Nederland tussen 09.30 en 11.48 uur een gedeeltelijke zonsverduistering.

De lente eindigt als de zon de hoogste stand boven de horizon bereikt. De langste dag is dit jaar op 21 juni. Die dag start bij ons de zomer om 18.38 uur. De meteorologische zomer is dan al begonnen, want die datum ligt vast op 1 juni.

Lees verder »

Gekke henkie

Roestvrij Taal 13 maart 2015

Het is weer Boekenweek! En dit jaar is ‘Te gek voor woorden’ het motto van dit ‘literaire hoogtepunt van het jaar’. Waanzin is het thema. Een te gekke insteek natuurlijk, voor ons Wetenswoordigheidje. En tijdens het schrijven, stelden we vast dat de Nederlandse taal achterlijk veel woorden heeft voor ‘gek’. 

We begonnen een lijst, met: ‘getikt’, ‘krankjorum’, ‘mesjokke’, ‘niet goed snik’, ‘maf’, ‘lijp’, ‘halfgaar’, ‘zot’, ‘waanzinnig’. Maar het bleek idioterie om ze allemaal op te noemen. Dus deze insteek lieten we los. Wij zijn immers gekke henkie niet!

Nee, we zijn nu niet ineens brutaal tegen u, dit was een bruggetje. ‘Gekke henkie’ is namelijk een uitdrukking waar we op stuitten tijdens onze zoektocht naar waanzinnige synoniemen voor ‘gek’. En heel even dachten wij ook: henkie? Het is toch Henkie, met een grote H.? Net als Jan met de korte Achternaam? Aangezien wij een pietje-precies zijn, doken we daar even in.

We schrijven ‘gekke henkie’ met kleine letters. Net als ‘malle pietje’ en ‘nieuwsgierig aagje’. Henkie, Pietje en Aagje, mogen zij inmiddels rusten in vrede, zijn in deze context namelijk geen eigennamen (meer). Het zijn inmiddels algemene uitdrukkingen, die worden ingezet als soortaanduiding. Ze kunnen dan ook gecombineerd worden met een lidwoord; je bent ‘een’ gekke henkie en ‘een’ brave hendrik. Deze woorden/woordgroepen worden − in ons huidige taalgebruik − eponiemen genoemd (zie ook Onze Taal 15-12-2014). 

Hebben we het in een uitdrukking echter over historische (of Bijbelse) figuren, dan gebruiken we wel een hoofdletter. Zo schrijf je dus:  ‘Ik moest praten als Brugman’, wanneer u omschrijft hoe u onder een parkeerboete uitkwam. En als uw zus of tante 50 wordt, ziet ze Sara met grote letters. Je ordinaire buurmeisje en haar vriendje op de scooter daarentegen, die noem je gewoon: ‘sjonnie en anita’.

Lees verder »

Stemwijzer vs. Stemtinder

Roestvrij Taal 04 maart 2015

In zijn programma Zondag met Lubach introduceerde Arjen Lubach een nieuwe kieswijzer: Stemtinder. Gebaseerd op de bekende dating-app Tinder swipe je de kandidaten voor de Provinciale Statenverkiezingen naar links of rechts.

Verwacht geen politiek getinte vragen als u Stemtinder raadpleegt, maar foto’s van enkele kandidaten van de grootste deelnemende partijen. Klaar met keuren en swipen? Dan rolt de partij eruit die voor u het meest 'aantrekkelijk' is.

In een week tijd werden via Stemtinder meer dan 100.000 stemadviezen afgegeven. Reden genoeg voor enkele ijdele kandidaten om bij de bedenkers van Stemtinder een nieuwe foto aan te leveren. Afgelopen zondag werd in Zondag met Lubach de voorlopige tussenstand bekendgemaakt. Daaruit bleek dat vrouwen verreweg de meeste ‘likes’ binnenhalen. De eerste mannelijke kandidaat stond pas op plaats 37. Opmerkelijk, want slechts een derde van de foto’s op Stemtinder zijn van vrouwelijke kandidaten.

Na 18 maart weten we of de adviezen van Stemtinder overeenkomen met de werkelijke verkiezingsuitslag. Misschien weten we dan ook of de gemiddelde Nederlander stemt vanuit politieke overtuiging van een partij, of stiekem toch op het gezicht van het poppetje op de lijst. Of, zoals Arjen Lubach het zelf zegt: “Kiezers stemmen volgens mij vooral op iemand vanwege zijn of haar betrouwbare uitstraling.”

Zelf Stemtinderen

Lees verder »

Mama sudokut of mama sudokuut?

Roestvrij Taal 26 februari 2015

Precies tien jaar geleden was daar ineens een nieuwe puzzelvorm: de sudoku. Het plaatsen van cijfertjes werd al snel heel populair. Maar het vervoegen van het werkwoord sudokuen bleek soms net zo lastig als het invullen van de puzzel. Want is het nu ‘mama sudokuut’, ‘mama sudokut’ of ‘mama sudoku’t’?

Dat dit een lastige vervoeging is, blijkt ook wel uit de verschillende spellingsvormen in het Witte Boekje en Van Dale. Het Witte Boekje houdt het namelijk op ‘mama sudokuut’, terwijl Van Dale kiest voor ‘mama sudokut’. Nadeel van deze laatste vorm is de dubbele betekenis ervan als je de klemtoon net verkeerd legt. Daarnaast kiest Van Dale voor sudokuutje als verkleinvorm. En dat is dan weer niet consequent met de spellingsregel uit het Groene en Witte Boekje. Daarin staat namelijk dat het sudoku’tje zou moeten zijn, net als tiramisu’tje.

Overigens staat sudoku nog niet vermeld in het Groene Boekje, het naslagwerk voor de officiële spelling. Dat komt omdat de sudoku pas in 2005 in Nederland populair werd toen de nieuwste editie van het Groene Boekje al bij de drukker lag.

Totdat het Groene Boekje definitief uitsluitsel geeft over de enige juiste spelling, kunt u tot die tijd dus kiezen uit twee vervoegingen van het werkwoord sudokuen. Hieronder vindt u de complete vervoeging: eerst die van het Witte Boekje en vervolgens zoals Van Dale het ziet. De keus is aan u!

Ik sudoku - sudoku
Jij sudokuut - sudokut
Wij sudokuen - sudokuen
Ik sudokuude - sudokude
Wij sudokuuden - sudokuden
Wij hebben gesudokuud - gesudokud

Lees verder »

Poeslief of katerig?

Roestvrij Taal 18 februari 2015

Carnaval was weer een goed feest. Misschien voelt u zich nog zo fris als een hoentje na het hossen, en doen alleen uw voeten nog een beetje zeer van de polonaise. Of ging u er vol voor, en bent u toch ook een beetje katerig? 

‘Vooruit één biertje nog. Maar ik ga echt op tijd naar huis. Want ik: ga morgen in de tuin werken/moet naar een kinderverjaardag/ga morgenvroeg hardlopen.’ Wat er na zulke uitspreken steevast gebeurt, is dat u de volgende ochtend wakker wordt en helemaal geen trek heeft in ontbijt, laat staan tuinieren, kinderen of een bovenmatige inspanning. U hebt een stevige kater. 

Maar wist u dat de kat, inderdaad toch altijd fris en monter ogend, niets te maken heeft met de uitgedroogde, vermoeide en misselijke staat waarin u verkeert als u ‘te diep in het glaasje hebt gekeken? Net zoals het woord ‘brak’ in de alcoholische context niets te maken heeft met de zoet-zoute staat van oppervlaktewater.

Een kater hebben is een uitdrukking die we delen met onze oosterburen. De Duitsers noemen een vervelende slijmvliesontsteking aan de luchtwegen die gepaard gaat met nogal wat afscheiding eem ‘Katarrh’. Een van oorsprong Russische term. Kater is een verbastering van dat woord. Dus waar u wellicht aan lijdt is niet verwant aan een poezelig beest. U bent gewoon uitgedroogd en moe. Maar we geven u na: Nederlanders trotseren een kater doorgaans onder het motto: ’s avonds een  …, ’s morgens een …. 

Lees verder »

zichtbaar: 31 t/m 40 van de 73